29 APRIL 1945, DACHAU BEVRIJD

Het moment van de bevrijding door Amerikaanse troepen was als een droom; de schrijver Ed Hoornik beschreef dat moment op een treffende wijze. De dag daarna was 30 april, de verjaardag van prinses Juliana. Van dit Oranjefeest werden foto's gemaakt door een Amerikaanse journaliste.


BEVRIJDING
Bevrijding | De trein naar Dachau | Hoornik | Foto's | Bevrijd


29 april 1945: De Amerikanen komen!

Naarmate de oorlog in zijn laatste fase kwam en de geallieerde legers oprukten, werden steeds meer concentratiekampen ontruimd. De SS heeft nog geprobeerd de sporen van zijn misdaden uit te wissen maar dat is maar zeer ten dele gelukt.
Zelfs zijn er plannen geweest alle gevangenen door luchtbombardementen en gas te vermoorden; maar die zijn gelukkig niet uitgevoerd.
Het eenvoudigste zou zijn geweest de gevangenen vrij te laten. Maar zo'n gedachte komt in een nazibrein niet op. De vrijgelaten gevangenen zouden evenzovele getuigen zijn van de oorlogsmisdaden die in de kampen hebben plaatsgevonden.

De gevangenen werden zoals dat heet "op transport gesteld", verplaatst naar andere kampen. Dit begon al begin september 1944 met het kamp Natzweiler in de Elzas. Het Amerikaanse geschut was daar al te horen toen alle gevangenen, onder wie enkele honderden Nederlanders, per trein werden overgebracht naar Dachau. 9000 nieuwkomers in een kamp dat toch al uit zijn voegen barstte.
In het voorjaar van 1945 werd de toestand voortdurend nijpender. Er was nauwelijks meer iets te eten; er was geen brandstof en er heerste een moordende epidemie van vlektyfus.
Deze transporten konden soms wekenlang duren; de SS-bewakers in auto's of op motoren, de uitgeputte gevangenen te voet. Voedsel en onderdak waren er tijdens niet of nauwelijks. Duizenden stierven tijdens deze helse tochten, aan ziekte, uitputting, ondervoeding of door toedoen van de SS. Gevangenen die niet verder konden werden ter plaatse doodgeschoten. En soms werden deze transporten -per ongeluk- door geallieerde vliegtuigen gebombardeerd. Een van de vreselijkste van deze transporten was De Trein van Buchenwald naar Dachau waarbij 5000 doden vielen.

De commandant van Dachau wilde het hele kamp evacueren en stuurde duizenden gevangenen op pad, richting Oostenrijk. Het werd een helse tocht die veel slachtoffers eiste. Door het oprukken van de geallieerde troepen liep het transport voortdurend vast . Eind april deserteerden de bewakers en lieten de gevangenen aan hun lot over.
De Duitse bevolking die langs de route woonde was getuige van dit alles. Niettemin was het "Wir haben es nicht gewusst" na de oorlog niet van de lucht.



Hoe fantastisch was het niet dat op 29 april 1945, 's middags om half zes Amerikaanse militairen van de Regenboogdivisie het kamp bevrijdden! Uit de wachttorens, de miradors, hingen witte vlaggen. Toen niettemin van uit deze torens op de Amerikanen werd geschoten was het lot van de SS-mannen bezegeld. Toegejuicht door de gevangenen werden zij door de Amerikanen terechtgesteld.

Bij de schietpartij vanaf de wachttorens vond nog een Poolse jongen de dood; de vertegenwoordiger van de Nederlandse gevangenen, Pim Boellaard liep door een ricocherende kogel een schampschot aan het hoofd op.

Op het moment van de bevrijding bevonden zich in Dachau en de buitencommando's 67.000 gevangenen.




DE TREIN NAAR DACHAU
Bevrijding | De trein naar Dachau | Hoornik | Foto's | Bevrijd



De Amerikanen militairen die op 29 april 1945 het concentratiekamp Dachau bevrijdden troffen daar, net even buiten de poort een lange goederentrein aan met duizenden tot op het bot uitgeteerde doden. Het was een vreselijke schok voor hen, een nieuwe confrontatie met het grote kwaad dat zij bestreden.


De Fransman François Bertrand, die het transport overleefde schreef een boek over zijn ervaringen:

Buchenwald, 5 april 1945
0p 7 april verlaten 5080 gevangenen het kamp. Een geforceerde mars van 9 km naar het station van Weimar. 71 gevangenen die het tempo niet kunnen bijhouden worden door de bewakers neergeschoten.
Er staat een trein met 50 wagons klaar, deels open, deels gesloten. Twee locomotieven met het opschrift "Sie rollen für den Sieg". Er is een personenwagon voor de commandant en zijn staf; de achterste wagon blijft leeg. Voor de lijken.
Ondanks het slechte weer is het beter in de open wagens dan in de gesloten. Daar is geen lucht; veel jongens stikken er door een gebrek aan zuurstof. Er zijn geen toiletten zodat het enorm stinkt.


Ruimtegebrek
Het is verboden te gaan zitten of te liggen. Dat kan ook niet, omdat er honderd gevangenen zijn samengepakt op nog geen veertien meter, per m² dus ongeveer 7 man. De mensen hangen maar zo'n beetje tegen elkaar aan. Slapen is een probleem; er is geen plaats om te gaan liggen. De vreemde houdingen waarin ze proberen wat te rusten veroorzaken krampen.

Iedere tweede dag worden de doden naar de lijkenwagen gebracht. De anderen krijgen zo een beetje meer ruimte. Maar omdat er steeds meer wagons nodig zijn voor de doden worden de levenden weer dichter in elkaar geschoven. Er zijn gevallen bekend van gevangenen die om wat meer ruimte te krijgen zieken een handje met het sterven hebben geholpen. Lebensraum, zou der Führer zeggen...

In de wagons heerst de wet van de jungle. Ogenschijnlijk kleine dingen zijn van het grootste belang; het verlies van een schoenen of een deken kan de dood betekenen. Iedere nacht wordt er dan ook in de wagons gevochten, hoofdzakelijk door Polen en Russen. Ook wordt er afgerekend met de kapo's die hen in het kamp het leven zo zuur hebben gemaakt. Alle twaalf zijn ze door hun medegevangenen om het leven gebracht.

De commandant van het transport was SS-Oberstürmführer Hans Mehrbach. Er waren 10 onderofficieren en 120 man bewaking; SS-ers hoofdzakelijk, maar er waren ook soldaten bij van de Wehrmacht en de Luftwaffe.
Het eigenlijke reisdoel van de trein was het concentratiekamp Flossenbürg, dicht bij de Tsjechische grens.
Maar dat plan ging niet door; de spoorverbindingen daarheen waren overal stukgebombardeerd. Daarop werd besloten naar Dachau te gaan, een afstand van nog geen 400 kilometer naar het zuidwesten. Maar de trein was genoodzaakt een enorme omweg te maken. Eerst ging het naar het oosten; via Leipzig en Dresden. Pas vier dagen na het vertrek zou naar het zuiden worden afgebogen, door Tsjechoslovakije via Pilsen naar Passau; vandaar westwaarts naar Dachau. Een reis van enkele uren die 22 dagen zou duren...


Dagboekaantekeningen

7 april - Om 8 uur zet de trein zich in beweging; onze lijdensweg begint. Het transport telt 5009 gevangenen; mijn vriend Emanuel weet dat zeker.

8 april - Het is koud. Dichte mist. Het valt niet mee in een open wagon.

9 april
- In de nacht worden drie gevangenen door Oekraïners gewurgd. Opstand in wagon 23. Drieëndertig man worden doodgeschoten. De doden gaan naar de lijkenwagen. Dorst!

10 april
- Het transport buigt af naar het zuiden. We komen in Tsjechoslovakije.

11
april - De trein stopt op het station van Pilsen. Tsjechische vrouwen brengen ons eten. De meesten van ons hebben last van buikloop. Lijken afgevoerd.

12 april
- 's Nachts ontsnappen 22 gevangenen. De vluchtelingen worden al snel gepakt en met veel vertoon opgehangen. Iedereen moet toekijken.

13 april
- Om 9 uur 's morgens schiet een SS-Scharführer in het wilde weg in onze wagon. Er zijn drie doden. De trein stopt in Staab.

14 april
- Staab. De trein blijft hier staan 15 april - Nog steeds Staab. Er wordt weer geschoten, ditmaal in wagon 46.

16 april
- Hoe mooi is het Tsjechische land! Bloemen overal, groene weiden, vogels zingen. Een gevangene die om water vraagt wordt door een SS-er doodgetrapt. 16.30 aankomst te Blisova, bij de Duitse grens.

17 april
- 4 uur vertrek uit Blisova, 12 uur Neugedein. Vertrek van daar om 23 uur.

18 april
- Bij Bayrisch-Eisenstein passeren we de grens.

19 april - Nammering, een klein Beiers dorp. Het regent, het is koud. Hier zullen wij meer dan vijf dagen blijven staan. In de open wagens staat 5 cm water. In een steengroeve in de nabijheid worden 793 van onze gestorven kameraden begraven of in een geïmproviseerd crematorium verbrand.

20 april - Nammering.
21 april - Nammering.
22 april - Nammering.
23 april - Nammering.

24 april - De trein wordt opgedeeld in twee stukken. Het ene deel vertrekt in het begin van de middag, het tweede om 6 uur. In de nacht steekt een Russische gevangene een bewaker dood. Een bloedbad volgt. Er zijn vijf doden en drie zelfmoorden. Geslaagde vluchtpoging door een Italiaan.

25 april - 's Middags stopt de trein in een totaal verlaten gebied. Allen uitstappen, opstellen met het gezicht naar de trein, rug naar de bewakers. De commandant geeft het bevel het hele transport dood te schieten. De bewakers weigeren. De commandant is razend en schiet zelf zijn machinepistool op ons leeg. Doden afgevoerd. De reis gaat verder. Twee rode vliegtuigen bombarderen onze trein. Doden en gewonden. Om elf uur 's avonds Pocking.

26 april - Om 7 uur 's morgens vertrek naar München. De trein krijgt een plaats op een groot rangeerterrein.

27 april - 0m 22 uur vertrek naar Dachau

28 april - 0m 1 uur in de nacht arriveren we in Dachau. De trein blijft buiten de poort staan. De andere helft die eerder uit Nammering is vertrokken staat er al.
Met achterlating van vele honderden doden en stervenden verlaten we de wagons. We drinken regenwater uit modderige plassen. Meer dood dan levend lopen we het kamp binnen. Hoe vreemd het ook mag lijken, we zien het concentratiekamp Dachau als onze redding, een plaats waar het althans mogelijk is te overleven.

In het bad worden de overlevenden opgevangen door verplegers uit de ziekenbarakken, onder wie een aantal Nederlanders. Zij worden geschoren en gewassen. Hun haar verstopt de afvoerroosters. Degenen die niet meer staan kunnen blijven liggen in een laag afkoelend water. De levenden worden meegenomen naar het Revier; de doden blijven achter.


Dodentrein
Een uitermate trieste balans wijst uit dat van de 5080 gevangenen die Buchenwald verlieten, er maar 861 levend Dachau hebben bereikt. Daarvan is de helft nog voor hun terugkeer naar het vaderland aan de geleden ontberingen gestorven. 0ver hoe het verder is gegaan met de kleine groep die weer thuiskwam zijn geen gegevens bekend.



Waren de lichamelijke ontberingen ondragelijk, de psychische schade is zo mogelijk nog groter. Veel van degenen die dit hebben moeten ondergaan, zijn voor het leven beschadigd.
En ook onze Amerikaanse bevrijders die bij de bevrijding van Dachau met deze verschrikkingen werden geconfronteerd, hebben dit hun leven lang nooit helemaal kunnen verwerken.
De leider van het transport, de SS-er Mehrbach werd door het oorlogstribunaal ter dood veroordeeld. In 1949 werd hij opgehangen. Zijn dood was aanmerkelijk zachter dan die van zijn slachtoffers..



HOORNIK
Bevrijding | De trein naar Dachau | Hoornik | Foto's | Bevrijd

Op 21 april 1965, 20 jaar na de bevrijding gaf de auteur Ed Hoornik in het NCRV-televisieprogramma Literair Tijdschrift zijn indrukken weer van de dag van de bevrijding van het concentratiekamp Dachau.

Zondagmiddag 29 april 1945, concentratiekamp Dachau.
De gevangenen, ruim dertigduizend, zijn in de barakken; de helft ziek, honderden stervend. Of nét gestorven; dat is niet zo makkelijk te zien.

"Wer noch lebt soll sich melden!" schreeuwde gisteren een man van de kamppolitie toen het transport uit Buchenwald werden uitgeladen. En kijk, uit de achthonderd omgevallen skeletten kwamen zowaar nog een paar staken omhoog.

De Amerikanen moeten nu vlakbij zijn. Het kanongebulder is opgehouden en ook de duikvliegers zijn weg. Bij de ingang van het SS-kamp hangt een witte vlag. Je kunt hem van de appèlplaats af zien, wordt er gezegd; maar niemand kan er kijken want het parool is: binnen blijven.

Wat betekent die vlag? Overgave? Maar de wachttorens zijn nog bezet met SS en de mitrailleurs staan naar binnen gericht, naar het kamp, naar ons.

En op de tafel van de kampcommandant -maar dat weet ik op dat moment nog niet- ligt een telegram, ondertekend Heinrich Himmler:
Übergabe kommt nicht im Frage. Das Lager ist sofort zu evakuieren. Kein Häftling darf lebendig in die Hände des Feindes fallen.


Ik zit in barak 14, tussen Polen en Fransen. Het klokje van de kameroudste wijst half vijf. We zeggen niets. We zijn gespitst op ieder geluid van buiten.
Plotseling, luchtalarm. Het klinkt anders, langer dan straks. Verbeelding? Nee. Iemand die het weten kan zegt: "Pantzerspitze im Angriff". Dus toch!
Ik voel iets over mijn ribben lopen en ga naar de slaapzaal. Staand kleed ik mij uit en onderzoek mijn lichaam op luizen, en ook mijn kleren. Stel je voor dat ik op het nippertje toch nog vlektyfus...
Op dat moment hollen langs het raam de eerste gevangenen voorbij En daar stromen van alle kanten, uit alle straatjes tussen de barakken de gevangenen naar de appèlplaats.

Uit de wachttorens wordt geschoten, niet op het kamp maar op de langzaam van boom tot boom naderbij sluipende Amerikanen. Ze zijn op het rangeerterrein de goederenwagons al voorbij, gesloten wagons waaruit geen geluid meer komt. Vijf dagen geleden zijn hier tweeduizend joden ingedreven. Ze zouden geëvacueerd worden. Het is mislukt; alle tweeduizend zijn dood, gestikt.
De soldaten zijn nu ook het crematorium voorbij waar de lijken, omdat er geen kolen meer zijn, manshoog liggen opgestapeld. Uit de wachttoren die ik zien kan tuimelt een neergeschoten SS-er. Anderen lopen nu met de handen omhoog.
En dan ineens staat daar in de poort van het kamp de eerste Amerikaan. "Hello boys, here we are!" En dan begint het: het gejuich, het geschreeuw, het gebrul.
Aan stukken gescheurde portretten van Hitler en Himmler vliegen uit de ramen van de Kommandantur. Ik heb het gevoel alsof ik word opgetild. Ik brul, ik ben terug op de wereld.

Maar de zieken, de stervenden in de barakken, ze hebben het gehoord, maar ze willen het ook zien, het beleven. En dan staat daar ineens, door ons meegetroond, groot, zwijgend, niet wetend wat te doen, een Amerikaan tussen de britsen. Doodshoofden proberen zich op te richten, houten armen strekken zich naar hem uit. Ze willen hem aanraken en betasten.
De man legt zijn mitrailleur op een tafeltje en gaat tussen de bedden. Hij drukt handen links, handen rechts. De derde die hij omhelst is een dode. Hij loopt gewoon door naar de volgende, en weer naar de volgende.

Als hij de barak uit is begint hij te braken. Van de weeromstuit doe ik het ook…



FOTO'S
Bevrijding | De trein naar Dachau | Hoornik | Foto's | Bevrijd

Een van de eerste Amerikanen die op 29 april 1945 het kamp binnentrokken was een vrouw, door haar kleding en uitrustingsstukken op het eerste gezicht niet direct van haar mannelijke collega's te onderscheiden.
Het was de journaliste Lee Miller die als oorlogscorrespondente meereisde met de Amerikaanse troepen.

De dag na de bevrijding, 30 april, vierden de Nederlanders in het kamp de verjaardag van Prinses Juliana.
Er was een samenkomst op de appèlplaats en -de hemel mag weten waar ze hem vandaan hebben gehaald- er was een Nederlandse rood-wit-blauwe vlag. Die werd met enig ceremonieel gehesen in een van de lichtmasten op het terrein. Als een kat klom onze vriend Godert van Dedem omhoog en maakte de vlag daar vast. Wat een prachtig gezicht: na al die jaren met dat gehate hakenkruis wapperde de Nederlandse driekleur boven het kampterrein!
Na een ontroerende en emotionele toespraak door Pim Boellaard, de voorman van de Nederlanders zongen allen het Wilhelmus, uit volle borst!


30 april: het Wilhelmus

De Amerikaanse journaliste was bij de plechtigheid aanwezig en maakte er foto's van. Na Lee Millers dood, meer dan 50 jaar later, zijn die foto's weer boven water gekomen. Tijdens de Dachaureunie van 1997 zijn ze aan de oud-gevangenen getoond. Het was een feest van herkenning voor de bejaarde mannen van nu, die lachende jongens van toen waren, gestoken in de groteske kledij van die dagen.



BEVRIJD
Bevrijding | De trein naar Dachau | Hoornik | Foto's | Bevrijd


Dachau, mei 1945, de Prisoners MP

Het was een onwerkelijke tijd, die eerste dagen na de bevrijding.
De zwaar zieke vlektyphus-patiënten werden uiteraard niet van de ene op de andere dag beter. Het sterftecijfer daalde nauwelijks.
Vrijwel het enige geneesmiddel tot dusver was het bloed van genezen patiënten geweest; vanwege de afweerstoffen daarin. Maar de Amerikanen zorgden behalve voor beter eten ook voor medicijnen.
Iedereen en alles werd behandeld met het nieuwe ontsmettingsmiddel DDT.
De luizen die de vlektyphus overbrachten gingen er kapot aan maar de neten, de eieren hadden er geen last van.
De gevangenen hebben toen zelf het initiatief genomen tot het paardenmiddel bij uitstek: alle kleren en al het beddengoed te verbranden. Dagenlang woedden grote vuren op de appèlplaats; bergen kleding en dekens gingen in vlammen op.

Er was dus alle reden een strenge quarantaine in te voeren. Voor de naleving daarvan werd door de Amerikaanse kampleiding een zogenoemde Prisoners MP opgericht, hoofdzakelijk bestaande uit Nederlanders.
Een van de taken van deze groep was als tolk op te treden bij de verhoren die de Amerikanen de gevangenen afnamen. Deze gegevens zijn later gebruikt bij de processen tegen de SS-kampbewakers.

Het heeft enige tijd geduurd voordat men zich in Nederland realiseerde dat er ook nog mensen in de kampen zaten die moesten worden gerepatrieerd.
In Dachau namen sommige oud-gevangenen zelf het heft in handen en vertrokken op eigen houtje naar het vaderland. Het bekendste geval daarvan is de Bus van Dachau; de avontuurlijke reis van een groep Nederlanders, met een gammele autobus door het verwoeste Duitsland terug naar huis.

Eind mei arriveerde een vrachtwagenconvooi uit Nederland om de gezonde gevangenen op te halen. De zieken kwamen later. Begin juni was iedereen weer thuis.


Terug naar begin van pagina