Kampen in Nederland

In de oorlogsjaren bestonden er in Nederland in feite vijf Duitse concentratiekampen, ieder echter met een verschillende achtergrond. Het waren Amersfoort, Vught, Westerbork, Schoorl en Ommen.

Amersfoort

Amersfoort was zonder twijfel het strengste kamp in ons land. Zoals ook in Duitsland het geval was hadden hier echte kampbeulen het voor het zeggen, zoals de beruchte SS-er Kotälla die de ex-gevangenen uit die tijd nog steeds niet vergeten zijn.

Schoorl

Schoorl werd al in oktober 1941 opgeheven. Doordat het regime niet streng was is hier dan ook niet één gevangene overleden. Niettemin was Schoorl, ondanks het milde regime een echt concentratiekamp.

Westerbork

De geschiedenis van Westerbork is algemeen bekend; het is de plaats waar de Nederlandse joden werden samengebracht om van daar per trein op transport te worden gesteld naar de Poolse gaskamers.

Vught

Ook Vught was een onvervalst concentratiekamp. Er waren evenwel factoren die het leven voor sommigen minder zwaar maakten dan in een kamp als Amersfoort. Zo was het contact met de buitenwereld iets makkelijker en lukte het velen briefjes naar buiten te smokkelen, iets dat in Duitse kampen vrijwel onmogelijk was.
De bevolking van het kamp was een conglomeraat van categorieën; de politieke gevangenen -de Schutzhäftlinge- vormden de hoofdmoot; maar er waren ook Joden, gijzelaars en een speciale afdeling, het P-lager (Polizeiliches Durchgangslager) dat in feite een dependance van Amersfoort was.

Daarenboven was er een vrouwenafdeling in Vught; velen daarvan werkten in het Philipscommando dat daar gevestigd was en waar scheerapparaten en kleine radiotoestellen werden gemaakt. Degenen die daar werkten kregen van Philips een extra pannetje eten, de zgn. Philiprak. Berucht is het geval van een groep vrouwen die collectief werd gestraft voor het een of andere onnozele vergrijp. Bijna honderd van hen werden in twee cellen gepropt, 74 in de een, 17 in de andere, met als gevolg dat velen van hen door verstikking om het leven zijn gekomen. Naarmate de oorlog vorderde werd ook het regime in Vught strenger en werd het leven voor de gevangenen aanzienlijk zwaarder. Voor zover zij niet ontslagen werden werd het grootste deel van de gevangenen later op transport gesteld naar Dachau.

Ommen

Ommen hoort eigenlijk in dit rijtje niet thuis; het kamp had om diverse redenen een dubieuze reputatie. Tot midden 1942 noemden de Duitsers het Arbeitseinsatzlager Erika; omdat hier een soort opleiding voor de inzet in de bezette gebieden in Oost-Europa plaatsvond.
Ook bevonden zich hier gevangenen van de Nederlandse justitie (clandestiene slachters, zwarthandelaren e.d.) alsmede contractbrekers en dat soort mensen. Niet bepaald een groep die voor eerbetoon in aanmerking komt.

Overige

Het kleinseminarie te Michielsgestel en het grootseminarie te Haaren dienden over het algemeen als gijzelaarskampen. De gevangenen, meest vooraanstaande Nederlanders, hadden het niet slecht. Zij leefden in een paradijs vergeleken met de gevangenissen of concentratiekampen. Wat het eten betreft hadden zij het zelfs beter dan de burgerbevolking.
Maar het waren gijzelaars; en een aantal hunner is dan ook als represaille tegen verzetsdaden tegen de muur gezet.

Maar ook degenen die waren gearresteerd in verband met een grote spionageaffaire, het zgn “Englandspiel” zaten in Haaren gevangen; en voor hen golden de bovengenoemde gunstige leefomstandigheden uiteraard niet.

Ook mag niet onvermeld blijven dat er in Nederland in vrijwel alle provinciale hoofdsteden en in tal van andere plaatsen gevangenissen bestonden waar de tegenstanders van de nazi-bezetter zaten opgesloten, doorgaans in de eerste fase van hun gevangenschap.