Monumenten

Twee indrukwekkende gedenktekens herinneren aan hetgeen zich in de nazitijd in Dachau heeft afgespeeld; het Internationale Monument te Dachau en het Nationaal Dachau Monument te Amsterdam.

Internationaal Dachaumonument

Toen in 1964 het huidige herinneringscentrum gestalte begon te krijgen kwam vanzelfsprekend de wens naar voren, op een centrale plaats een groot internationaal gedenkteken te plaatsen. Er werd een wedstrijd uitgeschreven waaraan door 54 kunstenaars uit de hele wereld is deelgenomen. Een internationale jury bepaalde zijn keuze op het ontwerp van de Joegoslavische kunstenaar Glid Nandor. De voor de bouw noodzakelijke gelden, ongeveer 1.2 miljoen D-mark, werden door het Internationale Dachau Comité, alsmede door de nationale comité’s bijeengebracht.

Het is een groot monument geworden; het grondoppervlak bedraagt niet minder dan 48 bij 100 meter. Tussen twee betonnen muren die een grindplateau begrenzen voert een weg naar beneden, naar een pad dat het gehele bouwwerk doorkruist. Op twee sokkels staat een 16 meter metende bronzen sculptuur. Skeletten, prikkeldraad en kettingen, tot een boeiend geheel samengesmeed, symboliseren de lijdensweg die de gevangenen hebben moeten gaan. Aan de westzijde van het fundament bevindt zich een lange betonnen muur met als vermaning aan de overlevenden in het Frans, Engels, Duits en Russisch de inscriptie:

“Moge het voorbeeld van degenen die hier van 1933 tot 1945 als gevolg van hun strijd tegen het nationaal-socialisme hun leven offerden, de levenden verenigen in de strijd ter verdediging van de vrede en de vrijheid, en de eerbied voor de menselijke waardigheid.”

Op de muur aan de oostzijde van het gedenkteken staat in deze zelfde vier talen met grote letters de tekst Nie wieder.

Nationaal Dachaumonument

Ter nagedachtenis aan hun in het kamp omgekomen vrienden richtten de Nederlandse Oud-Dachauers ruim 50 jaar na de bevrijding van het kamp een monument op. Van meet afaan was het één van de uitgangspunten dat het in Amsterdam moest komen te staan, de hoofdstad van ons land. Er is tenslotte een prachtige plek gevonden in het Amsterdamse Bos, recht tegenover de tribune van de roeibaan. Het is een indrukwekkend monument dat dubbel en dwars verdient eens bezocht te worden.

Toen iemand eens de vraag stelde:”Waar staat het Dachaumonument eigenlijk?”, toen was het antwoord:”Het monument staat niet, het ligt.”

En zo is het, het monument ligt: Een zestig meter lange straatweg van Belgische blauwsteen; 2.35 meter breed, met links en rechts een hoge bomenrij. Zoals in Dachau zelf. Daar staan hoge populieren langs de Lagerstrasse. Hier is het een strak geschoren taxushaag, 3.5 meter hoog, die in de loop der jaren zal moeten opgroeien tot een hoogte van vijf meter.

In deze straat zijn de namen gehouwen van vijfhonderd concentratiekampen en buitencommando’s. Alleen de belangrijkste want het waren er in werkelijkheid een stuk meer.
De ontwerper van dit gedenkteken is de beeldende kunstenaar Niek Kemps. Hij ontwierp een gedenkteken om doorheen te lopen. De vloer van het looppad is ongelijk, in het midden iets verhoogd; herinnert daardoor aan de moeilijkheden die de gevangenen in de concentratiekampen met lopen hadden. Ongelijke wegen, ondeugdelijk schoeisel.
Vanaf het eerste begin heeft iedereen zich aan deze uitgangspunten gehouden. Als eersten Prins Bernhard en Prinses Juliana tijdens de openingsplechtigheid op 3 december 1996. Daarna hebben de andere aanwezigen het monument doorlopen, 60 meter heen, 60 meter terug.
Al lopend over de blauwe stoep leest men de namen van de verschrikkelijke oorden die hier in herinnering worden gebracht.

De kinderen van de Merkelbachschool uit Amsterdam, die het gedenkteken heeft geadopteerd, staan ieder jaar tijdens de herdenkingsplechtigheid bij de ingang van het monument en reiken iedereen die het monument betreedt een bloem aan. Hier is spontaan een traditie ontstaan; iedereen steekt gaandeweg zijn bloem links en rechts in de strenge haag. Kleurtjes die deze donkergroene muren verlevendigen, evenzovele kleine eerbewijzen aan degenen die niet meer zijn thuisgekomen. Tijdens de Dachaureünie in april 1997, na al die jaren voor de eerste maal bij het eigen monument, werd deze traditie niet alleen voortgezet, hij werd verder uitgebouwd. Er is een volgorde ontstaan in degenen die door het monument lopen. De oud-Dachauers gaan voorop; stuk voor stuk, als ware het een appèl worden hun namen afgeroepen. Na hen volgen in willekeurige volgorde de nabestaanden en de genodigden. Eén voor één, een bloem in de hand betreedt men het monument. Als laatsten worden de andere aanwezigen uitgenodigd hen te volgen, politiemannen, orkestleden, maar ook het aanwezige publiek. Iedereen is welkom in het Dachaumonument.