Nederlanders in Dachau

Onder de honderdduizenden Europeanen die in het concentratiekamp Dachau gevangen hebben gezeten bevonden zich ook ruim tweeduizend Nederlanders. Het waren in meerderheid verzetsmensen die zich hadden ingezet voor de bevrijding van hun land van de Duitse bezetter.

Algemeen

De meeste Nederlanders hadden al een lange reis achter de rug voordat zij in Dachau arriveerden. De nazi’s verplaatsten hun gevangenen voortdurend; ze werden “op transport gesteld” zoals dat heette. Doorgaans werden verzetslieden die waren gearresteerd eerst opgeborgen in een gevangenis of een in Nederland gelegen concentratiekamp, zoals Amersfoort of Vught. In die periode werden zij verhoord,en tijdens die verhoren veelal geslagen of anderszins gemarteld.

 

Hoewel je je kunt afvragen of er bij de Duitsers sprake was van een eerlijke rechtsgang kwam het in veel gevallen tot een proces, vooral wanneer het om grote verzetsgroepen ging. In dergelijke gevallen werd een uitspraak gedaan over de straf; en daarbij werd maar al te duidelijk dat de Duitse rechters dol waren op de doodstraf. Hoeveel goede verzetslieden, bijna allemaal jonge mensen, zijn er niet opgehangen of gefusilleerd…

Naar het kamp

In sommige gevallen, vooral wanneer het om minderjarigen ging werd de doodstraf omgezet in levenslange opsluiting in een concentratiekamp. Deze mensen werden met soortgelijke gevangenen van andere nationaliteiten samengebracht in kampen als Natzweiler in de Elzas. Zij kregen het predicaat NN “Nacht und Nebel”, een soort strafverzwaring voor wat je zou kunnen noemen de “zware gevallen”. Het was niet de bedoeling dat de NN-gevangenen ooit nog zouden worden vrijgelaten; zij waren hoog in de Vogezen opgeborgen, weg van de buitenwereld; zij mochten niet schrijven of brieven en voedselpakketten ontvangen.

De gevangenen gingen dus, pas als alle juridische rompslomp achter de rug was naar een Duits concentratiekamp. Maar in heel veel gevallen was dat niet Dachau. Om onnaspeurlijke redenen werd er voortdurend met de gevangenen geschoven; van het ene kamp naar het andere werden zij gebracht. Er zijn Nederlanders die in de oorlogsjaren wel tien kampen of tuchthuizen van binnen hebben gezien.

Classificatie

In 1941 kregen de bestaande concentratiekampen een classificatie. Dachau en Buchenwald kregen de categorie 1. Ook prof. De Jong constateert in deel 8 van zijn standaardwerk “Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog” dat Buchenwald en Dachau in die tijd iets “betere” kampen waren. In de dertiger jaren was Dachau daarentegen een berucht kamp, waar vooral de joodse gevangenen het zeer slecht hebben gehad. Dachau werd bovendien in 1941 aangewezen als de plaats waar verzwakte gevangenen enige tijd op verhaal konden komen, om daarna weer hetzij in Dachau of elders in het arbeidsproces te worden opgenomen.

De naar Dachau getransporteerde zieke en verzwakte gevangenen werden daartoe enkele weken in zgn. quarantainebarakken opgesloten. Zij hoefden niet te werken of op appèls te staan.
Lang niet allen herstelden zich echter; velen bleven ziek in Dachau, en velen stierven er alsnog. TBC-patiënten bijvoorbeeld zijn niet met enkele weken rust te genezen.
Onder deze ziekentransporten bevond zich ook een aantal Nederlanders, leden van de verzetsgroep “De Geuzen”. Zij waren in de kampen Buchenwald en Gross Rosen zodanig mishandeld dat zij totaal verzwakt in Dachau arriveerden. De meesten van hen hebben zich weten te herstellen en zijn in Dachau gebleven.
Tot mei 1944 waren er in Dachau niet meer dan 200 Nederlanders. Dat aantal nam drastisch toe toen in die maand ± 655 Nederlanders uit Vught naar Dachau kwamen. In september van dat jaar werd het concentratiekamp Natzweiler in de Elzas in zijn geheel geëvacueerd naar Dachau. Hierdoor steeg de sterkte van het toch al overvolle kamp in één klap met 7000 man, onder wie enkele honderden Nederlanders.

Eindstation

Eindstation Je zou kunnen zeggen dat Dachau een soort eindstation was. Door het oprukken van de Geallieerden in het westen en de Russen in het oosten moesten steeds meer kampen worden geëvacueerd. Door de centrale ligging van Dachau gingen veel transporten daarheen. Het kamp werd door de nieuwkomers verschillend beoordeeld. Degenen die uit Vught kwamen ervoeren Dachau als een zwaarder kamp; de Natzweilers daarentegen waren het slechter gewend en zagen het dus als een verbetering.
Deze toeloop in het toch al overvolle kamp veroorzaakte chaotische toestanden. Het was zaak het teveel zo spoedig mogelijk te lozen. Iedere dag gingen grote transporten naar nabijgelegen kampen of naar buitencommando’s.

Vlektyfus

Door de overbevolking, de ondervoeding en de slechte hygiënische omstandigheden brak in die tijd een grote epidemie van vlektyfus uit. De meeste Nederlanders zijn met deze vreselijke ziekte besmet geraakt; voor velen van hen was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Verzwakt als zij waren hebben zij de ziekte niet kunnen doorstaan.
De in de ziekenbarakken werkzame Nederlandse artsen Krediet, Drost en Van Dommelen hebben gedaan wat zij konden, maar tevergeefs. Het enige geneesmiddel dat zij hadden was het bloed van herstellende patiënten, dat antistoffen bevatte en dat zij graag ten behoeve van hun zieke kampgenoten afstonden.

Onder de tweeduizend geestelijken in de zgn. Priesterbarak bevonden zich 24 Nederlandse predikanten en 39 Roomskatholieke priesters. 17 van hen zijn daar overleden.
Een aantal Nederlanders is gedwongen deel te nemen aan de medische experimenten van de SS-artsen Rascher en Schilling.

Aantallen

Over het aantal Nederlanders dat in Dachau heeft gezeten lopen de meningen nogal uiteen. Er bestaat een lijst met namen van Nederlanders die er op april 1945 waren. Deze lijst vermeldt 497 namen, maar is echter niet volledig; volgens de kampadministratie waren bij de bevrijding 836 Nederlanders aanwezig.
Recent archiefonderzoek door het Herinneringscentrum Dachau heeft uitgewezen dat er in Dachau 2068 Nederlanders waren geregistreerd. 405 van hen zijn naar andere kampen overgebracht. Ontslagen werden er in de loop der jaren 132; maar het is onzeker of die naar huis mochten.

Tot aan het moment van de bevrijding op 29 april 1945 zijn 477 Nederlanders overleden.
Van hen die het kamp niet overleefden noemen wij pater Titus Brandsma, rector van de Katholieke Universiteit van Nijmegen, de socialistische politicus Dr. H.B. Wiardi Beckman en George Maduro, de enige Antilliaan aan wie de Militaire Willemsorde is verleend.

Tal van gevangenen zijn in de jaren na de oorlog, als gevolg van hun verblijf in het concentratiekamp alsnog overleden.

In Dachau vervaardigd dodenmasker van Dr. H.B. Wiardi-Beckman:

Joden

Er waren de laatste jaren slechts weinig joden in Dachau; de meesten waren al afgevoerd naar de vernietigingskampen in Polen. Maar eind 1944 werden er tienduizenden joden uit Auschwitz naar twee grote buitencommando’s van Dachau gebracht, Kaufering en Mühldorf, waar ze te werk werden gesteld bij de bouw van ondergrondse vliegtuigfabrieken.

Heel sterk gold hier het adagium Vernietiging door Arbeid. 0nder mensonterende omstandigheden werden hier enkele tienduizenden in de dood gedreven.

Vrouwen

Vrouwen In München bestond een buitenkamp van Dachau uitsluitend bestaande uit vrouwen die te werk waren gesteld in de daar gevestigde Agfa-fabriek. Alhoewel deze vrouwen nooit in het werkelijk concentratiekamp kwamen droegen zij wel een Dachaunummer. Eind 1944 arriveerde een groep vrouwen uit Ravensbrück, onder wie een kleine 200 Nederlandse meisjes.

Raadpleeg de literatuurlijst voor verdere informatie.