Hieronder lees je de speech van Hans Fels tijdens de Dachauherdenking 2021

 

Dagboekaantekening:

 

1 februari 1945, Concentratiekamp Dachau.  

 

“Weer in barak 15 geweest. Polak, een vriend van dokter R, opgezocht om hem wat beschuit te brengen- misschien nog het enige redmiddel. Hij lag in een boven-bed en was niet meer instaat om rechtop te gaan zitten. Ben gebleven tot hij alles op had gegeten, anders hadden ze het hem zeker nog ontstolen. Er waren in deze Stube vanmorgen weer 9 doden.”

 

Hans Polak, de man die niet meer recht op kon gaan zitten, leeft voort in mij. Hij was de echtgenoot van mijn moeder, de vader van mijn zusje en hij stierf in Dachau, op 20 februari 1945, pas 28 jaar oud. Naar hem ben ik vernoemd, ‘Hans’.

 

4 jaar en 9 maanden eerder, op 10 mei 1940 pleegde de Nederlandse schrijver Menno ter Braak zelfmoord. Nederland had zich een paar uur eerder, na het bombardement van Rotterdam, overgegeven aan Nazi Duitsland. Ter Braak voorzag een nieuwe orde waarin alles waar de beschaafde en democratische samenleving voor stond en had gestaan, teloor zou gaan. Na de capitulatie wachtte Nederland de barbarij van de Nazi’s en ter Braak wist dat hij in hun wereld niet kon en wilde leven.

 

Al vroeg in de dertiger jaren begon Menno ter Braak te waarschuwen voor de taal waarmee Hitler de mensen opzweepten en ze klaarstoomde om de waarheid van zijn woorden niet in twijfel te trekken. Woorden, zo betoogde ter Braak, zijn nooit zonder consequenties. Woorden kunnen de werkelijkheid doen kantelen, de leugen tot waarheid verheffen, het onafhankelijke denken doen omslaan in domme volgzaamheid. Met woorden kan de mens kwaad doen.

 

Het Nationaal Socialisme in Duitsland bediende zich van historische onwaarheden om de economische crisis waarin Duitsland na de Vrede van Versailles was verzonken, te verklaren. Duitsland zou de oorlog van 14-18 verloren hebben onder andere door het verraad van de Joodse Duitse soldaten aan het front met Frankrijk en België. Zo creëerde het Nationaal Socialisme zijn eigen vijanden die nodig waren om het gevoel van onbehagen richting te geven.

 

Dachau werd als concentratiekamp in 1933 in gebruik genomen. Berichten over wat er in Dachau plaatsvond hadden de wereld in de dertiger jaren al bereikt. De Oostenrijkse schrijver en psychoanalyticus Bruno Bettelheim bijvoorbeeld, had na tien maanden gevangenschap in Dachau en Buchenwald, in mei 1939 de Verenigde Staten weten te bereiken. Aan eenieder die maar wilde luisteren vertelde hij over de onvoorstelbare gruweldaden die in Dachau en Buchenwald werden gepleegd. Zijn woorden vervlogen in een mist van ongeloof en onverschilligheid.

 

 

 

Precies 5 jaar na de zelfgekozen dood van Menno ter Braak, zoekt  een andere Nederlandse schrijver, Nico Rost, gevangene in Dachau naar woorden om het einde van de nachtmerrie die over Europa was gedaald te beschrijven:

 

 29 april 1945, Concentratiekamp Dachau:

 

Nicolai stond aan de andere kant van de Totenkammer boven op een wagen en wenkte me…. En we konden vandaaruit duidelijk de Amerikaanse soldaten door de Plantage zien sluipen -zich links en rechts dekkend, hun wapens steeds schietvaardig. Onze blikken volgden hen, van boom tot boom , van struik tot struik, schrede voor schrede, zodat ik pas veel later toen ik van plaats wilde veranderen – bemerkte dat ik op een wagen met lijken stond.”

Een van deze Amerikaanse soldaten die Nico Rost zag naderen moet lieutenant

Felix Sparks zijn geweest die met zijn 42e infanteriedivisie als eerste het kamp binnen ging.  Wat zij aantroffen noemt hij in zijn rapportage:

 

“Het hoogtepunt van dood en vernietiging van menselijk leven”. “Dantes Inferno”, zo gaat hij verder, “stak bleekjes af bij de ware hel van Dachau,

Ik zag een groot aantal gevangenen liggen op de plek waar ze neergevallen waren in de laatste uren of dagen voor onze komst. De stank van de dood was overweldigend”.

 

De stank van de dood bleef kleven aan de overlevenden van de hel van Dachau. Een van hen, de dichter Ed Hoornik, vatte met deze woorden Dachau samen:

 

Dachau schoof een raster voor mijn ziel

en wie daarin opgenomen is geweest,

zal de dood tot zijn dood met zich meedragen.

 

Lang geleden… Heel lang geleden, op aanstaande donderdag 29 april, 76 jaar geleden, een mensenleven geleden. Voor het eerst is hier niemand meer aanwezig die de hel van Dachau zelf heeft overleefd. Vergeten we daarom Dachau maar… en wordt het een gebeurtenis uit een ver verleden? Of leeft Dachau voort in ons en in volgende generaties als waarschuwing voor hen die de tekens onderschatten of niet herkennen?

 

Denken we weer aan Dachau als we woorden horen van discriminatie en uitsluiting. Denken we dan ook nog even aan ter Braak als zelfs politici oproepen tot het verwijderen van groepen mensen. Zijn het dan slechts woorden die verder geen kwaad kunnen aanrichten of hebben we even aan Ruanda of de Canadese generaal Dallaire gedacht die de wereld -te vergeefs- waarschuwde voor de op handen zijnde moordpartijen daar? Denken we aan de vergeefse woorden van Bruno Bettelheim als we berichten horen over concentratiekampen in China waar Oeigoeren en politieke tegenstanders van de machthebbers in verdwijnen? Denken we aan lieutenant Felix Sparks als we horen over de gruwelijkheden van de Islamitische staat en de stapels lijken die zij achter heeft gelaten?

 

Dachau, het is maar een van de vele namen van concentratiekampen uit de vorige eeuw, gegrafeerd in de vloer van dit monument. Dachau stelt ons voor de taak in deze volgende eeuw om steeds maar weer te beseffen dat woorden, verdraaiingen, nep nieuws, ophitsing of het aanwijzen van vijanden nooit lichthartig afgedaan kan worden als betekenisloze woorden.

 

Homo Homini Lupus, de mens is de mens een wolf, keer op keer in staat tot gruwelijkheden en keer op keer dreigt de werkelijkheid de waarheid van deze sombere constatering te bewijzen. Ik denk dat Ed Hoornik dit bedoelde toen hij deze regels dichtte:

 

Ik weet zeker, dat het geen verschil maakt,

of ik Dachau of de wereld zeg,

en dat is het wat mij kwelt en stil maakt,

en al blijf ik, ik ging liever weg.

 

 

Ó Hans Fels 2021