Hans met zijn kinderen bij de schoenen waarmee zijn vader uit kamp Dachau is gelopen, gekregen van de Amerikanen.

Interview met bestuurslid herdenking Hans Teengs Gerritsen

Sinds kort zijn Stichting Vriendenkring van Oud-Dachauers, Stichting Nederlands Dachau Comité en Stichting Nationaal Dachau Monument samengegaan tot de nieuwe Stichting Nederlands Dachau Comité. Door samen de handen ineen te slaan, kunnen we nog beter de herinnering aan Dachau in leven houden en laten weten wat we nu nog van de herinnering kunnen leren. Een onderdeel van onze nieuwe opzet is een vernieuwde website en Facebook-pagina, waarmee we de verhalen van Dachau ook aan een nieuwe generatie kunnen blijven doorgeven. In dat kader zullen we regelmatig berichten plaatsen op beide kanalen, zodat je op de hoogte blijft van het Nederlands Dachau Comité. Hieronder lees je het allereerste bericht, een interview met ons bestuurslid herdenking, Hans Teengs Gerritsen.

 

Wat betekent Dachau voor jou?
Dat is een grote vraag. Mijn vader was een oud-Dachauer. Drie jaar geleden ben ik met mijn gezin op de terugweg van vakantie naar Dachau gegaan. Vooral de stalen poort waardoor de gevangenen voor het eerst naar binnen kwamen maakte diepe indruk op me, omdat ik deze van zwart-witfoto’s herkende. Nu liepen daar mijn jonge kinderen in zomerkleren doorheen. Ik had me niet voorbereid dat ze bij benadering begrepen dat hun grootvader daar gevangen had gezeten, ze overlaadden me ter plekke met vragen.

Mijn vader had daar maar kort gevangen gezeten en minder slechte herinneringen aan dan concentratiekamp Natzweiler. Bovendien is hij bevrijd in Dachau. Hij leerde daar Amerikaanse en Canadese militairen kennen, waar hij goede herinneringen aan bewaarde, en kreeg de taak om hen te helpen met de organisatie nadat het kamp was bevrijd omdat hij een van de weinigen Dachauers was die goed Engels sprak. Dachau was voor hem dus ook het begin van het afsluiten van het kampleven en het begin van een nieuwe periode in zijn leven. Dachau roept derhalve gemengde gevoelens bij me op. Concentratiekamp Natzweiler heb ik alleen maar akelige verhalen over gehoord. Ik ben daar veertien jaar geleden naartoe geweest. Daar heb ik een beklemmend gevoel aan overgehouden. Overzichtelijk kamp, een galg in het midden, hoog in de Vogezen, letterlijk in de nevel. Ik kon me bij benadering voorstellen dat Dachau, ook door het hoge aantal gevangenen, minder intens moet zijn geweest dan Natzweiler.

Heb je van jouw vader veel meegekregen over Dachau en het belang van herdenken?
Mijn vader was 82 toen hij overleed; ik was toen 15 jaar oud. We spraken veel over de oorlog, maar niet in details over de kampen. Het viel grofweg uiteen dat Natzweiler heel zwaar was en Dachau het begin van de bevrijding. Relevant om te vermelden is dat mijn vader een optimist was, zo vertelde hij me dat hij in Dachau vrijwel iedere dag zijn medegevangenen vertelde dat de geallieerden dichtbij waren en de bevrijding aanstaande. Dat zorgde voor een goede moraal onder zijn kampgenoten.
Herdenken is mij met de paplepel ingegoten. Ik ging vanaf mijn vijfde met mijn vader mee naar verschillende herdenkingen. Bovendien was hij vrijwel altijd onderdeel van de organisatie ervan.

Hoe ben je met het Nederlands Dachau Comité in aanraking gekomen?
Via mijn zusje, Hilda. Zij was vóór mij bestuurslid.

Wat hoop je vanuit het Nederlands Dachau Comité te bereiken?
De verhalen overdragen aan jongeren. Ik ben de kinderen van de Merkelbach   school dankbaar voor hun jaarlijkse betrokkenheid. Ieder jaar ben ik weer verrast over hun belangstelling voor ons monument en de betrokkenheid bij de organisatie. En ieder jaar een gedicht van een leerling waaruit blijkt dat de betekenis van oorlog en de kampen hun aangrijpt. Dachau mag nooit een willekeurige plaats op de kaart in Duitsland worden.

Waarom is herdenken en herinneren vandaag nog van belang?
Het is voor mij tweeledig. In de eerste plaats is het historisch van belang voor opvolgende generaties om te weten wat voor gruwelheden er hebben plaatsgevonden tijdens de WOII, de concentratiekampen in het bijzonder. Oorlog is er nooit ineens, de kampen ook niet, het begint met een eerste kleine stap.
In de tweede plaats is herdenken een eerbetoon aan het verzet in Europa. Vanzelfsprekend denk ik daarbij aan mijn eigen vader. De huidige maatschappelijke discussie over WOII gaat over een grijs gebied van daders en slachtoffers, dat is relevant maar het verzet dreigt op de achtergrond te raken.

Hoe kan het Nederlands Dachau Comité de boodschap van herdenken en herinneren aan de nieuwe generatie doorgeven?
Via de website, ons monument en de persoonlijke herinneringen uitspreken en opschrijven. ‘Geen nummers maar namen’ is voor mij een voorbeeld hoe we nieuwe generaties kunnen bereiken. Ik heb diepe bewondering voor Jos Sinnema, hij heeft een nieuwe invalshoek bedacht die eveneens een eerbetoon is aan de individuele oud Dachauers.

Wil je meer te weten komen over de activiteiten van het Nederlands Dachau Comité? Neem dan een kijkje op de agenda op onze website of stuur een e-mail naar info@dachau.nl indien je een vraag hebt.