Op zaterdag 18 april 2026 vond in het Amsterdamse Bos bij het Nationaal Dachau Monument de herdenking plaats van de bevrijding van het concentratiekamp Dachau (29 april 1945), met aansluitend een korte, informele reünie.
Tijdens de Dachauherdenking op 18 april 2026 in het Amsterdamse Bos hield voorzitter Wimar Jaeger een indringende en tegelijk toegankelijke toespraak over de betekenis van verzet, toen en nu. Hij opende met een ogenschijnlijk eenvoudige vraag van basisschoolleerlingen: wanneer kom je eigenlijk in verzet? Vanuit die kinderlijke verwondering ontvouwde hij een diepere reflectie op de morele intuïtie die mensen in de Tweede Wereldoorlog tot verzet bracht. Verzet, zo benadrukte hij, was zelden een weloverwogen keuze vooraf, maar eerder een directe reactie op een diep gevoeld onrecht en het verlies van vrijheid. Door deze historische context te verbinden met het heden, maakte hij duidelijk dat de vraag naar verzet geen afgesloten hoofdstuk is, maar een blijvend actuele uitdaging.
Jaeger waarschuwde dat vrijheid zelden abrupt verdwijnt, maar vaak sluipenderwijs wordt uitgehold, mede door het zwijgen van de meerderheid. Hij trok parallellen met hedendaagse ontwikkelingen, zowel internationaal als dichter bij huis, en riep op tot waakzaamheid en betrokkenheid. Verzet kreeg in zijn woorden een bredere, vreedzame betekenis: je uitspreken voor de vrijheid van anderen, openstaan voor verschillende perspectieven en actief bijdragen aan een rechtvaardige samenleving. Zijn toespraak mondde uit in een verbindend moment, waarin aanwezigen elkaar de vrijheid toewensten. Daarmee onderstreepte hij dat vrijheid geen individueel bezit is, maar iets dat we samen dragen en beschermen.
In zijn persoonlijke en aangrijpende bijdrage vertelde Hans Suijs het verhaal van zijn familie, getekend door oorlog, verlies en verzet. Hij groeide op zonder zijn vader, die in 1944 tragisch om het leven kwam, en schetste hoe zijn moeder en familie de gevolgen van de oorlog droegen. Centraal stond het indrukwekkende relaas van zijn tante Cis, die als koerierster in het verzet werd opgepakt en via Kamp Vught naar concentratiekamp Ravensbrück en later een buitenkamp van Dachau werd gedeporteerd. Daar verloor zij alles wat haar identiteit bepaalde, zelfs haar naam, maar niet haar waardigheid en overtuiging. Ondanks ontmenselijking, honger en uitputting bleven de vrouwen solidair en strijdvaardig.
Een bijzonder moment in haar verhaal was de staking in de AGFA-fabriek in München-Giesing – de enige bekende staking in een concentratiekamp – waarmee de vrouwen zich verzetten tegen de onmenselijke omstandigheden. Tegen alle verwachtingen in overleefden zij deze daad van verzet en werden zij uiteindelijk bevrijd. Suijs benadrukte hoe juist onderlinge solidariteit de sleutel was tot hun overleven, een kracht die ook na de oorlog voortleefde in hun onderlinge steun, vaak in stilte. Hun gedeelde motto, “Samen eerzaam overleefd”, vormt een blijvende getuigenis van moed, menselijkheid en de kracht om, zelfs onder de zwaarste omstandigheden, te blijven kiezen voor het goede.
Kees Sietsma stond in zijn bijdrage stil bij het verhaal van zijn familie, door middel van vier familieverhalen: zijn drie broers Jan, Henk en Hein, en zijn oom Kees. Allen waren zij betrokken bij het verzet en betaalden daarvoor een hoge prijs. Twee broers en zijn oom overleefden de oorlog niet; zijn broer Henk werd zwaar getraumatiseerd bevrijd uit Dachau. Vanuit verschillende rollen – met het woord, het schrift en de daad – verzetten zij zich tegen onrecht en vervolging. Hun inzet redde levens, maar bracht ook groot persoonlijk leed met zich mee. Hun gezamenlijke overtuiging – “Wij Friezen knielen alleen voor God” – weerspiegelt de morele kracht die hen dreef.
Sietsma verbond deze familiegeschiedenis met het heden en stelde de indringende vraag wat “nooit weer” vandaag nog betekent in een wereld waarin oorlog en onrecht blijven voortbestaan. Hij benadrukte dat herinneren niet alleen terugkijken is, maar ook een morele opdracht inhoudt: blijven kiezen voor rechtvaardigheid, menselijkheid en verantwoordelijkheid. Met de woorden van overlevende Samuel Pisar – “Wie zijn geheugen verliest, verdwaalt” – onderstreepte hij het belang van het levend houden van deze verhalen. De keuze waar ieder mens voor staat, toen én nu, blijft dezelfde: wegkijken of opstaan tegen onrecht.
De herdenking krijgt extra betekenis door de bijzondere samenwerking tussen het Nederlands Dachau Comité en de Merkelbachschool. In het gezamenlijke streven om de boodschap van “dat nooit weer” levend te houden voor volgende generaties, spelen de leerlingen van groep 8 een belangrijke rol in aanloop naar en tijdens de Dachauherdenking. Ieder jaar dragen twee leerlingen, namens hun hele klas, een zelfgeschreven gedicht voor tijdens de herdenking. Daarmee brengen zij niet alleen een eerbetoon aan de slachtoffers, maar laten ze ook zien hoe herinnering en bewustzijn worden doorgegeven aan een nieuwe generatie, die de verantwoordelijkheid voor vrijheid en menselijkheid verder zal dragen.
Ter nagedachtenis aan hun in het kamp omgekomen vrienden richtten de Nederlandse Oud-Dachauers ruim 50 jaar na de bevrijding van het kamp een monument op. Van meet af aan was één van de uitgangspunten dat het in Amsterdam moest komen te staan, de hoofdstad van ons land. Er is tenslotte een prachtige plek gevonden in het Amsterdamse Bos, recht tegenover de tribune van de roeibaan. Het is een indrukwekkend monument dat dubbel en dwars verdient eens bezocht te worden.
Toen iemand eens de vraag stelde:”Waar staat het Dachaumonument eigenlijk?”, toen was het antwoord:”Het monument staat niet, het ligt.”En zo is het, het monument ligt: Een zestig meter lange straatweg van Belgische blauwsteen; 2.35 meter breed, met links en rechts een hoge bomenrij. Zoals in Dachau zelf. Daar staan hoge populieren langs de Lagerstrasse. Hier is het een strak geschoren taxushaag, 3.5 meter hoog, die in de loop der jaren zal moeten opgroeien tot een hoogte van vijf meter.
In deze straat zijn de namen gehouwen van vijfhonderd concentratiekampen en buitencommando’s. Alleen de belangrijkste want het waren er in werkelijkheid een stuk meer. De ontwerper van dit gedenkteken is de beeldende kunstenaar Niek Kemps. Hij ontwierp een gedenkteken om doorheen te lopen. De vloer van het looppad is ongelijk, in het midden iets verhoogd; herinnert daardoor aan de moeilijkheden die de gevangenen in de concentratiekampen met lopen hadden. Ongelijke wegen, ondeugdelijk schoeisel.
Vanaf het eerste begin heeft iedereen zich aan deze uitgangspunten gehouden. Als eersten Prins Bernhard en Prinses Juliana tijdens de openingsplechtigheid op 3 december 1996. Daarna hebben de andere aanwezigen het monument doorlopen, 60 meter heen, 60 meter terug. Al lopend over de blauwe stoep leest men de namen van de verschrikkelijke oorden die hier in herinnering worden gebracht.
De kinderen van de Merkelbachschool uit Amsterdam, die het gedenkteken heeft geadopteerd, staan ieder jaar tijdens de herdenkingsplechtigheid bij de ingang van het monument en reiken iedereen die het monument betreedt een bloem aan. Hier is spontaan een traditie ontstaan; iedereen steekt gaandeweg zijn bloem links en rechts in de strenge haag. Kleurtjes die deze donkergroene muren verlevendigen, evenzovele kleine eerbewijzen aan degenen die niet meer zijn thuisgekomen. Tijdens de Dachaureünie in april 1997, na al die jaren voor de eerste maal bij het eigen monument, werd deze traditie niet alleen voortgezet, hij werd verder uitgebouwd. Er is een volgorde ontstaan in degenen die door het monument lopen. De oud-Dachauers gaan voorop; stuk voor stuk, als ware het een appèl worden hun namen afgeroepen. Na hen volgen in willekeurige volgorde de nabestaanden en de genodigden. Eén voor één, een bloem in de hand betreedt men het monument. Als laatsten worden de andere aanwezigen uitgenodigd hen te volgen, politiemannen, orkestleden, maar ook het aanwezige publiek. Iedereen is welkom in het Dachaumonument.
In 2020 en 2021 heeft de herdenking in verband met coronamaatregelen plaatsgevonden in besloten kring. We zijn blij sinds 2022 weer een 'traditionele' herdenking te kunnen organiseren.
Op zaterdag 19 april vond in Amsterdam de herdenking plaats van de bevrijding van het concentratiekamp Dachau (29 april 1945), met aansluitend een korte, informele reünie.
Sprekers waren dit jaar:
de heer ir. T.R. Poppens, burgemeester van Amstelveen; en
mevrouw M. Hooyschuur-Houtman, dochter van verzetsvrouw Mientje Proost.
Onder een stralende voorjaarszon kwamen ruim 150 bezoekers bijeen om gezamenlijk stil te staan bij 80 jaar bevrijding van concentratiekamp Dachau en 90 jaar opkomst van het nationaalsocialisme en fascisme. De boodschap van de herdenking: dat nooit weer.
De plechtigheid begon om 12.00 uur stipt met een muzikale bijdrage van de Regimentsfanfare Garde Grenadiers en Jagers. Er volgden indrukwekkende toespraken van o.a. burgemeester Tjapko Poppens (Amstelveen), Marlies Hooyschuur-Houtman (dochter van oud-verzetsvrouw Mientje Proost) en twee leerlingen van groep 8 van de Merkelbachschool, die een eigen gedicht voordroegen namens de hele klas.
Na de Taptoe en een minuut stilte werd het Wilhelmus gespeeld en volgden de kransleggingen door vertegenwoordigers van gemeenten, het ministerie van VWS, ambassades, comités en scholieren. Aansluitend vond het bloemendéfilé plaats, waarbij alle aanwezigen een bloem in de haag staken — een symbolisch eerbetoon aan hen die zijn omgekomen.
De herdenking werd afgesloten met koffie en lunch bij De Boswinkel. De mooie opkomst, de bijdrage van de schoolkinderen en het prachtige weer maakten deze editie tot een warme en gedenkwaardige herdenking.
Op 20 april 2024 vond de Dachauherdenking wederom plaats in het Amsterdamse Bos bij het Nationaal Dachau Monument. Sprekers waren Sybrand van Haersma Buma en Berend Katz. Voorzitters van het Nederlands Dachau Comité en de Vriendenkring Neuengamme, Wimar Jaeger en Thom Klück, bevestigden tijdens de herdenking de noodzaak van samenwerking in het herdenken. Muziek werd verzorgd door de Regimentsfanfare 'Garde Grenadiers en Jagers'. Voor de algemene ondersteuning zijn wij wederom het personeel van het Amsterdamse Bos zeer dankbaar.
Sybrand van Haersma Buma
Berend Katz
Kinderen van de Merkelbachschool
Regimentsfanfare 'Garde Grenadiers en Jagers'
Op 22 april 2023 vond de Dachauherdenking wederom plaats in het Amsterdamse Bos bij het Nationaal Dachau Monument. Sprekers waren burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, en Jo Kapteyn, zoon van oud-Dachauer Jo Kapteyn sr. Muziek werd verzorgd door de Regimentsfanfare 'Garde Grenadiers en Jagers'.